Reserveer online
 
Wie zijn wij
 
Specialisaties
 
Arokes
 
Verslagen - Reistips
 
Infosessies
 
Nieuwtjes
 
Links
 
Contact

 

 

Reisverslag klanten - Zuid-Afrika

NIE GEWOON NIE LANG Begeleide 21-daagse rondreis Zuid-Afrika
Zaterdag 21 september 2002 - Vrijdag 11 oktober 2002

Dag 1 :
In Zaventem namen we het vliegtuig naar Londen Heathrow van 19u15. Na een hapje en een drankje (voor sommige nog wat drankjes) , hadden we om 21u30 terug land onder onze voeten. Maar niet voor lang…de boeing 747 van South African Airways vertrok enkele uurtjes later.
We moesten gelukkig niet rommelen met onze baggage, want die werd rechtstreeks overgebracht naar het andere vliegtuig. Na de formaliteiten nestelden we ons in het vliegend hotel. Het bordje `Toilette agter` bracht ons al in de sfeer van de Zuidafrikaanse taal. We hadden de mogelijkheid om films te kijken op ons eigen tv-schermpje, weg te doezelen bij de muziek, wat rond te wandelen of natuurlijk te slapen.

Dag 2 :
We werden gewekt met de woorden : "Good morning, this is your captain speaking, it`s now 21 degrees Celcius". Om 9 uur landden we in Johannesburg. We vonden uiteindelijk onze Zuidafrikaanse gids Inemari (er zijn namelijk twee aankomstterminals op dezelfde verdieping).
Inemari had het officiële naamkaartje van Satour opgespeld in de vorm van de Zuidafrikaanse vlag. Onze groep voor de Nie Gewoon Nie Lang bestond uit tien personen (drie koppels en vier personen). Annemie, Els, Christophe, Jan, Teri, Marc, Hadewych, Walter en Suzie bleken al gauw toffe mensen te zijn, altijd te vinden voor een praatje en een lachje.
Om 11 u reden we in het minibusje met de chauffeur richting Pretoria. De gids vertelde ons dat we Johannesburg niet bezochten, omdat dit een gevaarlijke stad is.
In de verte zagen we de zandduinen, de overblijfselen van het gouddelven van de vroegere goudstad Johannesburg. De luchthaven ligt echter buiten Johannesburg, dus we moesten ons geen zorgen maken.
Pretoria werd beschouwd als de administratieve hoofdstad van Zuid-Afrika, Bloemfontein is de gerechterlijke hoofdstad en Kaapstad de uitvoerende hoofdstad.
In Pretoria bezochten we het bekende Voortrekkersmonument en kregen we een beeld van de geschiedenis, de oorlogen en het dagdagelijkse leven van de Zuidafrikaanse bevolking. We reden langs de Union Buildings en langs de vertrekken van de president Mbeki. Het kerkplein was omringd door imposante gebouwen, maar in het park werd soep uitgedeeld voor de armen. Na de rit van de luchthaven tot Bergwater lodge (ongeveer 280 km, 3 uur) arriveerden we in Waterval Onder. De Bergwater Lodge was een gezellig, kleinschalige guesthouse. De zoete geur van bloemen was overal te ruiken. De lodge beschikte over een sauna, een zwembad, een fitness centrum, een bibliotheekje met een pooltafel,…
S`Avonds dineerden we in het restaurantje. Sommigen waagden nog een plons in het koude zwembadje, anderen speelden pingpong in de tuin vooraleer te gaan slapen in de chaletjes.

Dag 3 :
Om 7 uur werden we gewekt door de wake-up call en een veelbelovend zonnetje scheen reeds door de ramen. Een uurtje later zaten we met een volle maag op de bus, richting Panoramaroute. We reden langs Sabie en de Elandrivier. De eland werd beschouwd als de koning van de impala`s ( dit zijn hertjes met een witte M op hun achterwerk) bij de Bosjesmannen.
We stopten bij de Pinnacle, ook wel `de vinger van God` genoemd. Omdat we toch reeds in een religieuze sfeer terecht waren gekomen, bezochten we God`s Window. Dit is een panoramisch uitzicht op de vallei, en niet zomaar een vallei : de derde grootste canyon van de wereld… De mist symboliseerde de gordijnen. We repten ons terug naar de bus om de Bourkes Potholes te bezoeken. De samenvloeiing van de Treurrivier en de Blyde Rivier veroorzaken hier een spektakel van watervalletjes en erosie- kunstwerken.
Tijdens onze tocht naar Pelgrims Rest stopten we langs de Lisbon Falls en de bekende Three Rondavels van de Blyde Rivier canyon.
In Pelgrims Rest waanden we ons terug in de vorige eeuw : de victoriaanse huisjes met golfplaten daken, de karrenwagens langs de weg, het historische hotel in de hoofdstraat. We waren niet de enige toeristen die het stadje bezochten. Zwarte kindjes verkleden zich als vogelverschrikkers en dansten voor de toeristen, anderen verkochten nootjes of wasten je auto voor een peulenschil. Ndebele vrouwen zaten te weven voor de huisjes… Er was altijd wel ergens iets te zien.
Pine, onze chauffeur, bracht ons veilig naar de Lerato Lodge. In het busje konden we nog net genieten van een Afrikaanse zonsondergang (om 18u). s`Avonds werden we verwacht in de boma onder de sterren (met riet omringd) , en konden we kennismaken met de Zuidafrikaanse braai (barbeque). De game rangers en de eigenaar van de lodge toonden hun braaikunsten en het vlees was om te smullen !
We bleven met de Australische gasten nog wat babbelen aan het vuur en we besloten om nog een nachtelijke open-jeep drive mee te doen. De prijs hiervan bedroeg slechts 45 Rand. Met de lichtspot aan, reden we door de zandpaadjes en bosweggetjes. De game ranger had al snel twee giraffen ontdekt en naderde tot 15 meter. Verder passeerden er nog een wildebeest en impala`s. We gingen in onze tenten slapen, nadat we de muggen hadden verjaagd (Lerato Lodge ligt in het malariagebied).

Dag 4 :
Vroeg uit de veren (om 5.30u) voor de ochtend jeepdrive. Met onze ogen nog op half zeven reden we naar het vlakbij gelegen Private Game Park. We waren allen alert toen de game ranger een neushoorn had opgemerkt. We achtervolgden het indrukwekkende dier, de ranger sprong uit de jeep en probeerde de neushoorn naar onze kant te doen lopen. Eventjes later stonden we op slechts 10 meter van de neushoorn, één van de Big Five.
De Big Five zijn de vijf gevaarlijkste dieren voor de jagers. Als ze gewond zijn , zijn ze bijzonder agressief. Dit zijn de leeuw, het luipaard, de buffel, de olifant en de neushoorn. Nochtans het dier dat de meeste toeristen doodbijt, is het nijlpaard ( vertelde onze gids laconiek achteraf). Verder hebben we giraffen gezien, springbokken (of kringgatbokken), impala`s, zebra`s….
Na het ontbijt in de Lerato lodge (Lerato betekent `liefde` in de zoeloetaal) zongen de zwarte vrouwen het volkslied van Zuid-Afrika : Nkosi Sikelele. Dit betekent `God zegent Afrika`. Dit mooie, zelfs ontroerende lied is in 1902 geschreven door een zwarte leraar.
Ongeveer een uurtje later, arriveerden we met het busje aan de Orpen Gate. Eén van de acht poorten in het Krugerpark. De Orpen Gate is gelegen tussen het drogere zuiddeel en het noordelijke vochtigere deel van het park. Aan de ingang lazen we volgende uitleg : "Strooi van rommel is verbode" en "Geen troeteldiere word toegelaat nie". We kochten een boekje over het Krugerpark met tekeningen en beschrijvingen van de dieren. Zo konden we telkens de dieren aankruisen die we tegenkwamen. Het Krugerpark heeft een oppervlakte vergelijkbaar met tweederde van België. De vorm lijkt sterk op een gespiegelde L.
In Satara in het Krugerpark genoten we van onze lunch. Op het terras kibbelden Kleinglansspreeuwen (blauwe vogels met oranje ogen) met eekhoorntjes over een stukje brood. Gelukkig beschikte het busje over airco, want buiten was de temperatuur opgelopen tot 35 graden. We schrokken wel een beetje toen we naast de weg een vlammenzee zagen.
De parkwachters stelden ons gerust dat dit een project was om de bodem terug vruchtbaar te maken. Rond 18 u arriveerden we in Pretoriuskop, een rustkamp in het Krugerpark. De rondavels met rieten daken waren comfortabel en gezellig. Na het dinner en het insmeer-ritueel tegen de muggen, kropen we in ons bed.

Dag 5 :
We werden wakker om 6u30. Dit lijkt enorm vroeg, maar in Zuid-Afrika is dit het normale uur van opstaan. s`Avonds gingen we ook veel vroeger slapen, tien uur werd reeds beschouwd als laat. Na het ontbijt sprongen we met z’n allen in de jeep en gingen op zoek naar de dieren. Tijdens deze 4-uur durende jeepdrive luisterden we naar de uitleg (in het Zuidafrikaans) van onze game ranger Dirk. We reden over zandpaadjes in het Krugerpark en de game rangers stonden onderling in verbinding via de radio. We hadden het geluk vier van de Big Five te zien : de leeuw, de olifant, de buffel en de neushoorn. De leeuw leek meer op een bewegend struikje ergens in de verte, maar met de verekijker konden we toch een hoofd onderscheiden. Een olifant stond op slechts 10 meter van de jeep en stak de weg over. We ruilden de jeep voor ons vertrouwde busje aan de ‘gate’ van het Krugerpark en reden richting Swaziland.
Op suggestie van Pine (de chauffeur) lunchten we in een restaurant omgeven door een meertje , met krokodillen en nijlpaarden. Aan de grenspost van Swaziland (Jeppe’s Reef ) konden we na de formaliteiten dit lieflijke koninkrijkje bezoeken. Opvallend in Swaziland waren de vriendelijke mensen, het heuvelachtige landschap en de kleine huisjes.
De Mlilwane Lodge was gelegen in "the middle of nowhere" en straalde een echte Afrikaanse sfeer uit. Het grote zwembad had een prachtig uitzicht over het omringende heuvellandschap. De accommodatie bestond uit houten chaletjes en drie zoeloehutten. De ingang van deze hut was niet meer dan een houten plank, en je kon enkel binnen door te bukken... een ervaring apart! Onze gids sliep in zo’n hut, maar binnenin was wel het nodige comfort aanwezig.
De sunset jeepdrive deed zijn naam alle eer aan. We reden met open jeeps tot de Nyonyani berg en genoten van een prachtige zonsondergang over de heuvels.
Joseph en John (onze twee zwarte begeleiders) hadden een drankje meegenomen voor iedereen. In de lodge zaten we nog gezellig rond het kampvuur en babbelden nog wat na.

Dag 6 :
s’Morgens werden we gewekt om 7 u door het fluiten van de vogeltjes. Voor ons raam stond nog een vogeltje : een struisvogel ! Tijdens het ontbijt pikte hij een peer van de fruitmand en smeet de peer met zijn bek tegen de grond, totdat het in twee brak. Daarna slok de struisvogel de halve peer in één keer door, de vorm van de peer was duidelijk zichtbaar in de lange nek.
We bezochten een typisch rommelmarktje met beeldjes, kettingkjes, houten stoelen,…Om toch een beetje cultuur op te snuiven, brachten we een bezoek aan het nationaal museum. De koning van Swaziland noemde King Swati III, zijn vader King Swati II had maar liefst 600 kinderen bij 11 verschillende vrouwen! In het museum stonden auto’s uit de jaren ‘40 tentoongesteld waarin de koningen gereden hadden. We reden Swaziland uit langs de grenspost Lavumisa Colela. Een half uurtje later waren we op weg naar KwaZulu Natal, het gebied van de zoeloes. KwaZulu betekent in de zoeloetaal de "mensen van God".
Na een vrij lange rit kwamen we om 16u aan in de Ezulwini Lodge, een ananasboerderij. Het zwembadje lonkte aanlokkelijk. Anderen gingen de omgeving ontdekken en liepen zes giraffen tegen het lijf. Ook de zebra’s en de impala’s bekeken ons wat verlegen. Na de braai bleven velen nog een klapje doen aan het gezellige kampvuur.

Dag 7 :
We werden gewekt om 6u30. Om 7u45 zaten we in het busje. Een uurtje later arriveerden we in het wereldnatuurreservaat Lake Sint Lucia.
Lake Sint Lucia is gescheiden van de Indische Oceaan door een strand. Bij vloed vloeit er zout water in het meer. Deze mengeling van zout en zoet water zorgt voor een enorme variëteit aan dieren en planten. Tijdens de twee uur durende boottocht vertelde de schipper over de vogels, de vissen en natuurlijk de krokodillen en de nijlpaarden. De boot meerde aan vlakbij een krokodil (op 2 meter). De schipper vroeg ons beleefd om niet met de armen of benen buiten de boot te gaan hangen… Na een ritje van twee uur kwamen we aan in Simunye. Onze gids adviseerde om de nodige kleding en toiletgerief voor de overnachting in een klein valiesje (handbagage) mee te nemen. De valiesjes werden met een ‘bakkie‘ naar Simunye gebracht. Simunye is een dorp van de zoeloes en kon bereikt worden met een paard of op een ossenwagen. Ik verkoos om de tocht door de rivierbedding te trotseren op de rug van een paard met de naam Kongane. De zoeloe die ons begeleidde, sprak en zong en fluisterde tegen zijn paarden. Anderhalf uurtje later zagen we het zoeloedorpje in de verte. Onze hutjes waren gelegen buiten de omheining van het eigenlijke dorp. Er was geen elektriciteit aanwezig en de kamer werd verlicht met kaarsen. Het bad was in stenen verwerkt, warm water was natuurlijk aanwezig. De Chief van het dorp verwelkomde ons. De zoeloegids Ncinci fluisterde ons in het oor dat we toestemming moesten vragen aan de Chief om zijn dorp te bezoeken. Dus we riepen allemaal heel enthousiast : "Se kile, kole i kaja". Ncinci sprak ons altijd aan met de woorden : "now, my good people now ". Omdat het ondertussen donker was, volgden we de fakkels naar ons avondmaal.

Natuurlijk zagen we eerst vol bewondering naar de hevige zoeloedansen, sommigen probeerden zelf ook een dansje! Ons groepje waren de enige bezoekers die avond en dat zorgde voor een hele toffe sfeer. Aan het kampvuur vertelde Mudzele – één van de krijgers- verhalen over de Anglo-Zulu War, maar ook hedendaagse onderwerpen zoals aids werden besproken onder de Afrikaanse sterren.

Dag 8 :
S’Morgens werden we gewekt door een gitaarspeler voor ons hutje.
Na het ontbijt bezochten we het zoeloedorp en de Chief gaf uitleg over de gevechtstradities,de zoeloegeschiedenis en de machtige leider Shaka Zulu. Hij sprak enkel zoeloetaal, gelukkig vertaalde onze gids zijn uitleg. We proefden van het zurige, zelfgemaakte bier, snoven aan een bosje brandend kruid en bezochten de hut van de Chief. De tocht met de ossenwagen was een leuke ervaring : we zongen Sarie Marais en andere Zuidafrikaanse liederen.
Na een rit van anderhalf uur met de ossenwagen door het mooie heuvellandschap, stapten we in het busje. Twee en half uurtje later kwamen we aan in Durban. Deze grootstad is bekend voor zijn Indische markt : hier vond je werkelijk alle specerijen die je maar kunt bedenken. Sommigen van onze groep werden echte professionals in het afdingen van de prijs! Het Beach hotel was gelegen aan het strand. Voor het dinner gingen we nog een wandelingetje maken op de Golden Mile, een zes kilometerlang amusementspark langs de kust met kraampjes, paardemolens, marktjes…Durban is de laatste 8 jaar meer Afrikaans geworden, we zagen dan ook niet veel blanken.

Dag 9 :
Om 7u werden we waker en we vertrokken om 8u45 met het busje.
We bezochten Durban: de Vasco Da Gama klok, de grote haven en het stadhuis. We wilden graag eens een zwarte eucharistie meedoen, een "happy-kleppie" mis. Dit was echter enkel voor de zwarten van de gemeenschap. Onze tocht ging verder naar Pietermaritzburg, een Engelse stad met victoriaanse huizen, standbeelden en herdenkingsmonumenten van de Zuidafrikaanse oorlogen. De stad is genoemd naar de namen van twee Voortrekkersleiders.
We stopten in Howick Falls met zijn 96 meter lange waterval en gezellige kraampjes. In de bus reden we verder naar de Drakensbergen. Hier was het maar 9 graden Celcius! In Giant’s Castle, onze overnachtingsplaats, maakten we een wandelingetje langs de rivier. De kamers hadden allemaal een haardvuur, een kitchenette en en badkamer…heel gezellig.
De omringende heuvels waren een lust voor het oog, vooral voor de natuurliefhebbers. Het was opmerkelijk dat er duidelijke grenzen waren tussen het groene en het gele (dorre) gras. Alsof iemand de bergen had ingekleurd ! De gids vertelde ons dat dit veroorzaakt werd door het afbranden van bepaalde stukken, om de grond meer vruchtbaar te maken.
Na het dinner kropen we gezellig aan het haardvuur in onze kamer.

Dag 10 :
We sliepen als roosjes tot 7u30. Een half uurtje later, na het ontbijt, gingen we op ontdekking naar de Main Caves, de grotten van de Bosjesmannen. Op het moment leven ze hier niet meer, men vindt ze wel nog terug in de Kalaharie woestijn. De sjamaans van de Bosjesmannen (ook wel de San genoemd) tekenden geheimzinnige figuren op de rotsen. Ze waren vaak onder invloed van bedwelmende kruiden. We stonden versteld van de precisie van de rotstekeningen. Onze gids informeerde ons over de levenswijze en de godsdienst van deze kleine, bruine mensen. Christophe (van onze groep) vertelde al lachend over de film "The gods must be crazy". Dat waren ook Bosjesmannen ! We reden verder via Harrismith naar Brandwag. De lunch vond plaats in een hotel met werkelijk schitterend uitzicht op de Drakensbergen. Zo moest het aards paradijs er uit hebben gezien!
Ondertussen was de temperatuur gestegen tot zo’n 24 graden, met een warm zonnetje. We reden verder naar Brandwag, in het Golden Gate National Park, bekend voor zijn rotsformaties.
Bij zonsondergang gingen we een wandelingetje maken, en ontdekten een witte grot. De zonsondergang toverde rode, warmgele en bruine tinten op de omliggende rotsformaties. Onze kamer was een heus chaletje, met een keukentje, tweede slaapkamer, TV en een terras.

Dag 11 :
Om 7u was het tijd om op te staan. Het busje vertrok om 8u (uiteraard met iedereen erin). Vandaag gingen we een nieuw koninkrijk ontdekken : Lesotho ! Op de grenspost Maseru stonden we een uurtje in de rij om alle formaliteiten en papieren in orde te brengen. Lesotho is ongeveer even groot als België. Om 16 uur kwamen we aan in de Mmelesi lodge.
De plaatselijke gids begeleidde ons naar de nogal steile"Berg van de Nacht". Op dit hoogplateau hadden we een mooi uitzicht over het omringende landschap. Onze gids vertelde met hand en tand de geschiedenis van Lesotho, heldhaftige verhalen over de dappere King Moshoeshoe, hun typisch Basotho hoedje en de ruïnes van de huisjes.
Dit hoedje was geïnspireerd op de vorm van een berg in de vallei. De plaatselijke gids was een echte acteur, met veel bewegingen en "wauw"-uitroepen …we werden er zelfs goedgehumeurd van! s'Avonds hingen we aan de bar en dronken onze traditionele Amarula.
Dit likeurdrankje lijkt sterk op Baileys en was dan ook heel geliefd bij de vrouwen.

Dag 12 :
Om 6u45 stonden we op en een uurtje later zaten we in ons vertrouwde busje. Vandaag stond er een vrij lange rit naar Graaff Reinet op het programma. Onze chauffeur Pine hield de sfeer erin met Afrikaanse liederen uit de jaren ’50, het leek wel muziek uit de prehistorie! We lunchten in Burgerdorp in een lekker zonnetje (24 graden). In de bus werd er verder geslapen, gepraat en gelachen. Om 17 uur kwamen we aan in Graaff Reinet. Voor het eten kwamen er zwarte kindjes dansen voor ons in het guesthouse. Ze trommelden en zongen. Ze dansten met ludieke, veel te grote laarzen aan en verzamelden geld voor hun weeshuis. We dineerden in de gezellige, romantische eetkamer. Er was een bibliotheekje, een bar en een zwembad .

Dag 13 :
Hoewel vandaag onze vrije dag was, besloten we toch om vroeg op te staan, namelijk 6 uur. Samen met Annemie en de eigenaar van de guethouse stonden we om 6.30 op de startbaan : micro light flying. Dit lijkt erg op deltavliegen, maar dan met een motor en een (knappe) instructeur erbij. We trokken een soort riumtepakje aan, een muts, werkhandschoenen en we waren ready for take off ! Na enkele seconden vlogen we op een hoggte van 500 meter en hadden we een prachtig uitzicht op Graaff Reinet. We zagen duidelijk de drie verschillende wijken : de blanken, de zwarten en de kleurlingen. De instructeur vloog eventjes in de Vallei der Verlatenheid. Tijdens de vlucht, vertelde hij over alles wat we beneden ons zagen. Interessant! Een kwartiertje later stonden we terug veilig aan de grond. In de namiddag bezochten we het dorp met zijn mooie zandstenen kerk, we gingen wat winkelen en om 14 u vertrokken we met de mountainbike voor de "scenic route". Deze route slingerde langs het meer . Anderen gingen paardrijden. Om 16u vertrokken we met twee busjes naar de Vallei der Verlatenheid. De zonsondergang was dan ook spectaculair! De gids vroeg om een minuut stilte, zodat we konden begrijpen waarom de vallei deze naam droeg. Enkel de vogels braken de stilte. We hadden een plantje ontdekt met de naam: voëltje-kan-nie-zit-ni bossie". Het vogeltje kon niet zitten door al de stekeltjes en de doornen, logisch toch? s’Avonds was iedereen na het eten moe en voldaan.

Dag 14 :
Om 8u30 vertrok het busje richting Tsitsikamma, via Port Elizabeth. s’Middags genoten we van onze lunch op een terrasje in Jeffrey’s Bay. Dit badplaatsje is bekend voor zijn golfsurfers. Overal zag je dan ook winkeltjes met surfplanken en surfkleding. We waagden het om pootje te baden in de koude zee. Een onverwachte golf zorgde voor heel wat opschudding en mijn broek was nat geworden…en nog niet zo’n beetje. Anderhalf uurtje later arriveerden we in Tsitsikamma, het gedruis van de branding was overweldigend! De golven beukten op de rotsen. De woorden "waauw" en "amaai seg" waren meermaals te horen. We stapten uit en proefden de zoute druppels op onze huid. Op minder dan 50 meter afstand zagen we een walvis! We hadden allemaal frontaal zeezicht vanuit de slaapkamer en de zithoek. De oceanettes beschikten verder over een keukentje, een groot terras, WC en douche. De chaletjes bevonden zich vlakbij de branding, sommige op slecht 15 meter!

Dag 15 :
De wekker liep af om 7 uur. Na het ontbijt maakten we een wandeling langsheen slingerende junglepaadjes, rotsen en prachtige uitzichten. De hangbrug over de Stormsrivier was een heus avontuur: er mochten slechts 25 mensen tegelijkertijd op en het was verboden te springen op de brug. De brug wiegde zachtjes in de wind. Helemaal uitgewaaid verlieten we het Tsitsikamma National Park en reden verder naar Knysna, aan de Tuinroute. We passeerden de immense brug over de Bobbejaanrivier. Hier kon je de hoogste bungee jump doen van Afrika ! Voor slechts 250 Rand (25 Euro). We hadden het geluk dat er juist iemand sprong. Duizelingwekkend ! Na deze spectaculaire show zetten we onze tocht verder naar Plettenbergbaai. Deze mooie baai met een lagune wordt beschouwd als de speelplaats van de rijken: veel vakantiehuisjes, grote villa’s,… Ook hier konden we in de verte walvissen zien! Het waterfront in Knysna was heel gezellig, we lunchten op een terras met uitzicht op de haven. Over de lagune had men een spoorweg gebouwd. De stoomtrein toeterde om een aankomende zeilboot te waarschuwen, dat zie je ook niet elke dag! We overnachten in het Wilderness Beach hotel, vlakbij het dorpje George. De kamers waren ruim, met een groot raam en met zeezicht. Het hotel beschikte over een zwembad, een strandvolleybalveld en een tennisveld. Het zandpaadje naar de zee was goed voor de conditie! Sommigen versleepten al gauw de ligzetels om te kunnen genieten van een streepje zon.

Dag 16 :
Vandaag konden we uitslapen ! We vertrokken pas om 10 uur met het busje richting Prins Albert, de temperatuur bedroeg zo’n 26 graden. Onderweg stopten we op een uitzichtpunt over Wilderness. Hier ontdekten we en "dassie", een klein zoogdier dat familie is van de olifant. De rit naar Oudsthoorn was best wel spannend: de slingerende paadjes in de Outentiqua bergen. Outentiqua betekent in de taal van de Hottentotten (de Khoikhoi) "kleine bruine mensen die honing eten". We kwamen veilig aan in Oudsthoorn, de struisvogelhoofdstad van de wereld. Danny, de gids van de Cango Ostrich Farm, vertelde ons interessante weetjes over de struisvogels. We hebben zelfs op een struisvogel gereden! Als we aan zijn nek trokken, dan stopte de struisvogel; zoals een handrem. De begeleiders trokken een zakje over de kop van de struisvogel en hij was zo mak als een lammetje. We hebben heel wat gelachen met deze komische dieren ! Ze hebben weinig hersens en op de één of de andere manier stralen ze dat ook uit. s’Middags bezochten we de Cango Caves, een droge grot met prachtige stalagmieten en stalagtieten. De begeleider doofde al de lichten in de grot om een idee te geven hoeveel de ontdekker van deze grot zag. Daarna hoorden we een een grappige "thank you and goodbye" in het donker weerklinken. We reden verder naar Prins Albert, een klein dorpje in the middle of nowhere. Hotel Swartberg was een historisch huis, met krakende houten vloeren en gezellig ingericht. We dineerden bij een hartelijke uienboer. Het was om van te smullen…

Dag 17:
We werden gewekt om 7u15 , het was een zonnige dag en we vertrokken naar Ceres om 8u45. We stopten in Matjiesfontein, een piepklein Engels dorpje. Het historische hotel was vroeger bestemd voor de Engelse officiers. De zwarte dienaar gaf ons een rondleiding in het hotel en nodigde ons uit in de historische bar. Hij ging aan de piano zitten en begon Zuidafrikaanse liederen te zingen. Aan de muren hingen vergeelde foto’s van officieren en cafébezoekers. De luxueuze Blou Trein had een halte in dit kleine dorpje. s’Middags lunchten we in Tulbagh. Hier vond men vele Kaaps-Hollandse huisjes terug. De witte huisjes met groene luiken en rieten daken zijn afkomstig van Nederland. We brachten een bezoekje aan het Drosdy Huis, een victoriaans paleis met een eigen wijnkelder. In Ceres werd onze groep in drie verdeeld. Onze gids Inemari woonde in Ceres en ze nodigde enkelen uit. Wij hebben overnacht bij Lydia en Jan Goossens. Ze waren fruitboeren en beschikten over een landgoed waar wij Belgen enkel over kunnen dromen! Ze hadden drie lieve honden. We maakten een wandeling in de avondzon en dronken een aperitiefje op het houten terras. We verbleven bij de mensen thuis en dit was een ervaring apart! Ze beschouwde ons niet als klanten, maar als gasten. Nie gewoon nie. Ze beschikten over een binnenbraai (barbecue) en een groot salon.

Dag 18 :
We werden gewekt om 7.30 uur. Onze gastvrouw Lydia zorgde voor een heerlijk ontbijt en we bedankten haar voor de leuke avond. Om 9 uur zaten we met z’n allen terug in de bus. De anderen van onze groep hadden zich ook goed geamuseerd bij hun gastfamilie. Het busje reed door Paarl, het dorp is genoemd naar ‘parel’. Er liggen namelijk twee ronde stenen op de heuvel. Als het regent, lijken ze wel parels. Het taalmonument was een staaltje van modernisme en mooie eenvoud. Elke zuil of vorm symboliseerde de invloed van andere talen op het Zuidafrikaans. We reden verder naar Stellenbosch, de universiteitsstad bij uitstek. Op de straten hoorden we weer veel Afrikaans. In de Soete Inval smulden we van een gevulde pannekoek. We gingen wijn proeven in het Lanzerac Wine Estate. Als echte professionals proefden we een glaasje witte wijn, een glaasje rode wijn, nog een glaasje en nog ééntje… Het was verdacht stil achteraf in het busje. Om 16 uur kwamen we aan in Kaapstad, the mother city. De Tafelberg domineerde de stad, als een imposante bewaker. De steile kabellift bracht ons op de meest gefotografeerde berg van de wereld. Het uitzicht was verbluffend. Er was geen wolkje aan de lucht en de zon zette zijn beste beentje voor. Zalig. De gids vertelde ons dat de kabellift bij slecht weer gesloten werd. We hadden veel geluk! We verbleven in het viersterrenhotel Sint George. Een verzorgd hotel met een uitstekende ligging, namelijk in het centrum.

Dag 19 :
Om 7.30 werd ik wakker door een klop op de deur. Het zou weer een prachtige dag worden! We reden met het busje richting Houtbaai. Een boot met een glazen bodem bracht ons tot de zeehonden op Seal Island. Het was een gezellige drukte van kraampjes en toeristen aan de aanlegsteiger.We lunchten in Simon’s Town, met zicht op zee. Na de lunch reden we naar Boulder’s Beach, het strand van de pinguïns. In het Zuidafrikaans noemt men dit "pikkewyns". Ze hadden veel weg van kleine mannetjes in smoking en vielen altijd om door de stroming van de golven, grappig. Eén pinguin was groter en had veel meer veren dan de rest, hij was nog niet volwassen. In de namiddag bezochten we het bekende Kaappunt. De zee leek wel groen in plaats van blauw. Kaap de Goede Hoop is het meest zuidwestelijke punt van het Afrikaanse continent. Het had wel iets om te staren naar de horizon , met voor je de onmetelijke zee en de zuidpool. Bij de ingang stonden waarschuwingen voor de bavianen : "watch out for the baboons, they are dangerous". De Kaapse bavianen waren inderdaad niet zo’n lieve kleine aapjes. Ze stalen de ijsjes van de toeristen en gingen die dan een meter verder opeten. Ze sprongen op (en soms zelfs in) auto’s. Een ijsje kopen bleek al gauw een werkelijk avontuur te zijn! De opzichter gebruikte regelmatig zijn katapult, die aan zijn broek bengelde, om de bavianen weg te jagen. Het laatste avondmaal vond plaats in het Hildebrand Waterfront restaurant, aan de Victoria en Albert Waterfront. Pine, de chauffeur, had zijn mooiste kostuum aangetrokken en speelde in de bus romantische muziek. Na het eten, reed hij nog éénmaal naar een mooi uitzichtspunt over Kaapstad. Hij zei : "so moet hulle Kaapstad onthou".

Dag 20 :
Om 8 uur werden we gewekt en om 9 uur maakten we een wandeling door het centrum van Kaapstad. We bezochten de bloemenmarkt, het stadhuis, de vlooienmarkt en de burcht. De rest van de dag kuierden we door het Victoria en Albert Waterfront. Deze haven is toeristisch en je vindt er veel restaurantjes en winkeltjes en een shopping centre. Om 16 uur bracht het busje ons naar de luchthaven, de laatste rit. We gaven onze gids allemaal een dikke knuffel en bereidden ons voor op de nachtvlucht : koekjes, chocolaatjes en een interessant boekje. We ruilden het zonnige Zuid-Afrika voor het regenachtige België.

Dag 21 :
s’Morgens kwamen we aan in Londen Heathrow, we namen even later het vliegtuig naar Brussel. Het was toch leuk om weer thuis te zijn. We spraken een datum af, zodat we samen de foto’s konden bekijken… van deze onvergetelijke reis. Nie gewoon nie !

K.V.